Misschien kun je al een beetje Italiaans spreken, 'hallo' of 'tot ziens' zeggen. Dat is handig, want heel veel Italianen vinden het erg leuk als je probeert in hun eigen taal iets tegen ze te zeggen.
Hieronder vindt je woorden die je veel gebruikt, en ook een paar zinnetjes. Je kunt zien wat de woorden beteken, maar ook hoe je ze moet zeggen. De stukjes van de woorden die in het oranje zijn moet je extra duidelijk zeggen, daar ligt de klemtoon op.
Veel succes met het leren van de woorden! Wil je ons daarna laten weten hoe het tijdens je vakantie is gegaan met het praten tegen de Italianen?
Hoi, hallo: Ciao -Tsjouw
Goedemorgen: Buongiorno-Bwon djie ornoo
Goedenavond: Buona sera-Bwonnaa seraa
Welterusten: Buona notte-Bwonnaa nottu
Dag, tot ziens: Arrivederci-Arrievudetsjie
Bedankt: Grazie, Kraatsjiu
Eten: Mangiare-mandjaaru
Drinken: Bere-birru
Ja: Si-sie
Nee: No-no
Sorry: Mi scusi-Mie skoesie
Ik snap jet niet: Non capisco-Non kaapieskoo
Hoe gaat het?: Come sta?-Kommu staa?
Goed, bedankt: Bene, grazie-Beenu, kraatsjiu
Wil je helpen met boodschappen doen? Dan zijn dit handige woorden:
Brood: pane-paanu
Broodjes: panini-paanienie
Melk: Latte-lattu
boter: Burro-boerroo
Ham: Prosciutto-Prosjoettoo
Kaas: Formaggio-formatsjoo



